Dalend aantal nieuwe hiv-diagnoses geen reden tot zelfgenoegzaamheid

In 2016 zijn in ons land ongeveer 820 nieuwe hiv-diagnoses gesteld, zo blijkt uit het Hiv Monitoring Report 2017. In 67% van de gevallen ging het om mannen die seks hebben met mannen (MSM). Om het aantal nieuwe hivinfecties verder omlaag te brengen, zijn gerichte preventie (waaronder PrEP) en eerder testen en behandelen noodzakelijk.

Met name MSM met hiv worden in ons land steeds vroegtijdiger gediagnosticeerd en behandeld. Dit is het duidelijkst zichtbaar in Amsterdam waar meer mannen vrijwel meteen nadat hiv-overdracht heeft plaatsgevonden worden gediagnosticeerd – dat wil zeggen: gedurende de primaire hivinfectie. Daarnaast is het aantal mensen dat op het moment van diagnose een CD4-aantal boven de 350 cellen/mm3 had, in Amsterdam groter dan in de rest van ons land.

Geen reden tot zelfgenoegzaamheid

In 2016 startte het merendeel van de mensen met hiv binnen enkele weken tot maanden na hun hiv-diagnose met behandeling (cART). Dit is conform de huidige algemene richtlijn om meteen met behandeling te beginnen – hoe eerder je start met behandelen, hoe beter dat is voor je gezondheid.

Ondanks de bemoedigende cijfers voor MSM komen nog veel mensen met hiv laat in zorg. Dit gold in 2016 voor 37% van de MSM, 63% van de andere mannen en 43% van de vrouwen. Zij kampten ten tijde van hun diagnose al met een verzwakt immuunsysteem (CD4-aantal onder 350 cellen/mm3) of aids.

Peter Reiss, directeur Stichting Hiv Monitoring, waarschuwt dan ook voor zelfgenoegzaamheid. Hij noemt het aantal mensen dat met een reeds verzwakt immuunsysteem in zorg komt, onacceptabel groot.

Gerichte preventie en vroegtijdig opsporen en behandelen

Het relatief grote aantal vroegtijdige diagnoses in Amsterdam, duidt erop dat de werkwijze van het hoofdstedelijke H-team zijn vruchten afwerpt. Hun methodiek lijkt dan ook navolging te verdienen. Door gerichte preventie (waaronder PrEP) en vroegtijdig opsporen en behandelen van hiv, kan het aantal nieuw infecties de komende jaren verder worden teruggedrongen.

Post-treatment control is een andere pijler onder de werkwijze van het H-team. Onderzocht wordt wat de invloed is van zéér vroegtijdige behandeling van het hiv-virus op enerzijds de ontwikkeling van zogenaamde ‘hiv-reservoirs’ en op het immuunsysteem anderzijds.

Het onderzoek naar post-treatment control is van groot belang. Het lijkt er namelijk op dat sommige mensen die onmiddellijk nadat ze geïnfecteerd zijn geraakt, succesvol worden behandeld, na verloop van tijd het virus zélf (dus zonder hiv-medicijnen) onder controle weten te houden.

Goed nieuws

Steeds minder mensen in Nederland overlijden aan aids. En wanneer dit toch het geval is, gaat het vrijwel altijd om mensen die te laat in zorg komen, nog niet wisten dat zij hiv hadden en een reeds sterk verzwakt afweersysteem hadden.

De behandeling van hiv mag succesvol genoemd worden. Mensen met hiv die in de afgelopen 5 jaar begonnen met behandeling, hadden in meer dan 95% van de gevallen binnen 6 maanden geen aantoonbaar virus meer in het bloed. Dat is niet alleen goed voor hun eigen lichaam; ook voorkomt een ‘undetectable viral load’ verdere overdracht van het virus.

 

 

Geen reacties

Laat een reactie achter